Organisatiestructuur binnen de Gereformeerde Gemeente

In dit bericht staan we stil bij de wijze waarop de Gereformeerde Gemeente is georganiseerd.

Binnen onze kerkstructuur draagt de plaatselijke kerkenraad een zelfstandige verantwoordelijkheid. Tegelijkertijd is er sprake van zogenoemde ‘meerdere vergaderingen’ waarin besluiten met bindend karakter genomen kunnen worden. Deze vergaderingen zijn de classis, de Particuliere Synode (PS) en de Generale Synode (GS). Onze gemeente valt onder de classis Utrecht, de Particuliere Synode Noord-West en uiteindelijk de Generale Synode. Daarbij blijft als uitgangspunt gelden dat de plaatselijke kerkenraad zelfstandig en verantwoordelijk is.

De meerdere vergaderingen kunnen deputaatschappen instellen met een mandaat (is: afgebakende opdracht), zoals bijvoorbeeld voor zending of kerkrecht. In dergelijke deputaatschappen hebben doorgaans ambtsdragers zitting; zij worden deputaten genoemd. Een concreet voorbeeld hiervan zijn de deputaten die door de classis zijn aangewezen op grond van artikel 39 van de Dordtse Kerkorde, de deputaten ex artikel 39 DKO.

Deputaten handelen niet naar eigen inzicht, maar binnen het kader van een verstrekt mandaat. Dit betekent dat zij gebonden zijn aan de opdracht die zij ontvangen hebben en daar nooit van mogen afwijken. Over hun werkzaamheden leggen zij verantwoording af aan de meerdere vergadering die hen heeft benoemd. In het geval van de deputaten ex artikel 39 DKO binnen onze gemeente, gebeurt dit richting de classis Utrecht.

De classis is een blijvende vergadering, terwijl een Particuliere Synode en Generale Synode slechts bestaan gedurende de periode dat zij bijeen zijn. Op het moment dat een synode wordt gesloten, houdt zij als besluitvormend orgaan op te bestaan. Om continuïteit te waarborgen, wordt tijdens de vergadering een ‘roepende kerk’ aangewezen, die verantwoordelijk is voor het bijeenroepen van een volgende synode. Hoewel de voorzitter en scriba van een afgesloten synode nog beperkte taken kunnen verrichten, is voor formele besluitvorming – zoals het behandelen van een appèl – een nieuwe vergadering noodzakelijk. De eerstvolgende Particuliere Synode is D.V. op 9 april. Tijdens deze bijeenkomst zullen ook zaken behandeld worden die onze gemeente raken, zoals vermeld in de recente nieuwsbrief.

De Dordtse Kerkorde onderstreept het gezag van de plaatselijke kerkenraad, maar biedt tevens ruimte om bezwaar te maken tegen genomen besluiten. Dit betreft geen juridisch traject, maar een geestelijke weg – waarin kerkelijke vermaning en tucht wel een plaats kunnen hebben. Indien er bezwaren zijn tegen besluiten van de kerkenraad – in de huidige situatie dus tegen het handelen van de deputaten ex artikel 39 DKO – wordt u geroepen om deze eerst met de kerkenraad te bespreken. Dit geldt eveneens wanneer men zich niet kan verenigen met het besluit van de classis om ds. Brugge emeritaat te verlenen. De DKO geeft aan dat dit bij voorkeur herhaaldelijk gebeurt.

Wanneer er geen overeenstemming wordt bereikt en het bezwaar blijft bestaan, kan men in appèl gaan bij de classis Utrecht. De classis behandelt dit appèl en deelt haar uitspraak mee. Indien men zich hierin niet kan vinden, bestaat de mogelijkheid om het appèl voort te zetten bij de Particuliere Synode en vervolgens – indien nodig – bij de Generale Synode.

Slotgedachten

De vraag kan gesteld worden of het CvV zich steeds binnen de grenzen van het verstrekte mandaat heeft bewogen en of dit op onafhankelijke wijze is getoetst. Binnen de classis Utrecht zijn momenteel zes predikanten actief, naast de ouderlingen (waarbij ds. Brugge buiten beschouwing blijft omdat het zijn eigen gemeente betreft). Drie van deze predikanten vervullen tevens de rol van deputaat ex artikel 39 DKO. Daarnaast is de voorzitter van de classis eveneens deputaat ex artikel 39 DKO en is hij onze consulent.

Binnen de deputaten ex artikel 39 DKO zijn er twee ouderlingen afkomstig uit twee verschillende gemeenten die verbonden zijn aan andere predikanten binnen de classis, dit zijn Hilversum en Kesteren. De derde ouderling is verbonden aan de gemeente van de consulent, die tevens voorzitter van de classis en deputaat ex artikel 39 DKO is.

Hoewel de DKO ruimte laat voor dergelijke situaties, uitgaande van de integriteit en geestelijke gezindheid van ambtsdragers, kan de vraag gesteld worden of het niet wijs zou zijn om de schijn van het kwaad of machtsmisbruik te vermijden. Waarom wordt telkens benadrukt dat men handelt met instemming van de classis, terwijl betrokkenen zelf een aanzienlijk deel van die classis vormen? Wat is de bedoeling van deze nadruk? Willen zij de gemeente ergens van overtuigen? Willen zij de indruk wekken dat de gemeente kan vertrouwen op een zuiver en eerlijk proces, zoals ook in de nieuwsbrieven wordt benoemd?

D.V. gaat het volgende stuk over het indienen van een appèl bij de classis.

Mocht u vragen of opmerkingen hebben over dit onderwerp, of over de situatie in bredere zin, dan kunt u een e-mail sturen naar: ggtrichtgeldermalsen@gmail.com