Rust in de gemeente – een Bijbelse toets

In meerdere berichten van het College van Visitatoren (CvV) en de deputaten ex artikel 39 DKO komt steeds weer hetzelfde doel naar voren: rust in de gemeente. Het herstel van die rust wordt gepresenteerd als een van de belangrijkste taken. Maar wat zegt de Bijbel eigenlijk over ‘rust’?

In de Schrift komt het woord ‘rust’ vooral voor in de betekenis van of als afspiegeling van de eeuwige rust. Gods kinderen zullen in de hemel voorgoed verlost zijn van zonde, dood, duivel en alle strijd. Op aarde echter beschrijft de Bijbel het leven van een christen als strijd, beproeving, loutering en oefening in lijdzaamheid. Daarom klinkt er de oproep

tot voortdurende waakzaamheid, de goede strijd strijden, bidden zonder ophouden en niet verslappen. Traagheid en gemakzucht worden als zonde veroordeeld.

Paulus lijkt een uitzondering te maken als hij in 1 Timotheüs 2:1-2 oproept om te bidden voor overheid en gezag “opdat wij een stil en rustig leven mogen leiden in alle godsvrucht en eerbaarheid”. De kanttekeningen bij de Statenvertaling leggen uit dat dit vooral gaat om het beëindigen van vervolging, zodat de gemeente ongestoord het Evangelie kan verkondigen en de sacramenten bedienen. Het is dus geen oproep tot burgerlijke rust omwille van de rust zelf, maar tot een situatie waarin de kerk haar roeping vrij kan vervullen. Deze situatie was er al in de gemeente van Tricht-Geldermalsen, onze predikant verkondigde vrij het Woord en bediende de sacramenten.

Is het een christen geoorloofd om naar rust te streven?

Dat is een terechte vraag. Een christen mag en moet zeker streven naar vrede (shalom, Eirēnē): vrede met God, met elkaar en, voor zover het van ons afhangt, met alle mensen (Rom. 12:18). Maar vrede is iets wezenlijk anders dan rust. Vrede kan midden in de strijd bestaan; rust suggereert vaak het ontbreken van strijd. De Bijbel roept ons echter niet op om de strijd te vermijden, maar om hem goed te strijden. Er is plaats voor lichamelijke en geestelijke ontspanning, maar de overheersende toon is: “Zijt nuchter en waakt; want uw tegenpartij, de duivel, gaat om als een briesende leeuw, zoekende wien hij zou mogen verslinden;” (1 Petr. 5:8).

Wat betekent ‘rust in de gemeente’ eigenlijk?

Wanneer de deputaten ex art. 39 DKO spreken over het nastreven van rust, rijst de vraag of dit Bijbels gezien het hoogste goed mag zijn. Mag rust voorrang krijgen op openheid, orde, eerlijkheid, waarheid en recht? Of wordt hier een menselijke rust nagestreefd die ten koste gaat van de waarheid en van de zuiverheid van de gemeente?

De praktijk

Nog een praktische kanttekening: hoe wordt die ‘rust’ in de gemeente eigenlijk gemeten? Wie meet haar? Op basis van welke criteria wordt nu verklaard dat er “meer rust” is dan voorheen? Is er aan het begin van het visitatieproces een objectieve peiling gedaan en is die

vergeleken met een recente peiling? Of blijft het bij een subjectieve indruk van enkelen? Kan er eigenlijk wel objectief gesproken worden van “meer rust” als tegelijkertijd vragen over openheid, ambtsgeheim en waarheidsvinding blijven liggen?

Kortom: rust is een kostbaar goed, maar alleen als het een *gevolg* is van gerechtigheid, waarheid en vrede met God. Wanneer rust het *doel* wordt, boven de waarheid, dreigt zij een valse rust te worden – precies de rust die de Bijbel waarschuwt als “vrede, vrede” terwijl er geen vrede is. Laten we daarom bidden om de rust die van Boven is, die alleen kan bestaan waar de waarheid in liefde wordt gesproken en de goede strijd wordt gestreden.

Het volgende bericht zal gaan over openheid. Waarom zou meer openheid de rust noodzakelijkerwijs verstoren? Of zou meer openheid juist kunnen bijdragen aan echte, duurzame rust, omdat waarheid en vertrouwen de beste bodem zijn voor vrede? Is het ambtsgeheim altijd het zwaarstwegende argument, of moeten waarheid, recht en de opbouw van de gemeente soms zwaarder wegen? Wat zijn de mogelijke gevolgen – positief en negatief – van meer openheid?

Mocht u vragen of opmerkingen hebben over dit onderwerp, of over de situatie in bredere zin, dan kunt u een e-mail sturen naar: ggtrichtgeldermalsen@gmail.com