Deze keer richten we de aandacht op de kerkenraad, zoals die door God Zelf in Zijn Woord is ingesteld en zoals die in het bevestigingsformulier voor ouderlingen en diakenen concreet wordt omschreven.
Dit formulier, dat bij elke bevestiging onder plechtige eed in het midden van de gemeente wordt beaamd, legt een zware en heilige verantwoordelijkheid op de schouders van de ambtsdragers.
Wanneer we dit formulier zorgvuldig naast de gebeurtenissen van de afgelopen periode leggen, zien we zaken die niet zonder vragen kunnen blijven. De nadruk ligt hier vooral op de taak van de ouderlingen, gezien de inhoud van hun ambt.
Wat beloven ouderlingen in het bevestigingsformulier?
De ouderlingen beloven voor Gods aangezicht en voor de gemeente:
- Opzicht en regering over de kerk te voeren; –
- De dienaren des Woords met goede raad terzijde te staan wat kerkelijke zaken betreft;
- Elke vorm van tirannie of onrechtmatige heerschappij te voorkomen.
Onder dit opzicht over de kerk vallen onder andere:
- Toezicht houden op de belijdenis en het levenswandel van de gemeenteleden;
- Wie zich onstichtelijk gedraagt, vermanen;
- Ervoor waken dat de sacramenten niet ontheiligd worden;
- De Christelijke tucht toepassen op onboetvaardigen en boetvaardigen weer opnemen;
- De dienaren des Woords in alle zaken die de welstand en orde van de kerk raken, met goede raad bijstaan;
- Alle Christenen dienen met raad en troost;
- Toezicht houden op de leer en wandel van de dienaren des Woords, opdat de kerk gebouwd wordt en de zuivere leer bewaard blijft;
- Zich naarstig in Gods Woord oefenen om deze taken goed te kunnen vervullen.
Zij antwoorden ‘ja’ op de vragen of zij door God geroepen zijn, de Schrift als volkomen waar belijden, hun ambt getrouw zullen bedienen naast de predikant, en zich zullen onderwerpen aan kerkelijke vermaning. Deze beloften zijn geen loze woorden: zij worden afgelegd voor Gods aangezicht en de gemeente.
Enkele vragen die opkomen
Door God zelf geroepen
Het ambt van ouderling is dus een roeping en geen taak die je naar eigen inzicht neer kunt leggen. In het bevestigingsformulier wordt immers gevraagd:“Voelt u in uw hart, dat u wettig door Gods gemeente, en daardoor door God Zelf, tot deze heilige dienst geroepen bent?”
Op deze vraag antwoordt de broeder ja – voor Gods aangezicht en de gemeente. Wanneer meerdere ambtsdragers plotseling aftreden, roept dat vragen op.
Het ambt vraagt trouw en volharding, ook in moeilijke tijden, en mag niet zomaar op eigen initiatief worden neergelegd. Hoe is dat in het voorjaar van 2025 gegaan? En in het najaar van 2025?
Toezicht op belijdenis en wandel van gemeenteleden
Waarom worden gemeenteleden die in appgroepen oproepen tot openlijk verzet tegen de predikant of die wegblijven uit de eredienst wanneer ds. Brugge voorgaat, niet ambtelijk vermaand?
Waarom bleef een herhaald verzoek om de appgroep te stoppen zonder gevolgen? Is dit geen geval voor vermaning of zelfs tucht? Hetzelfde geldt voor het lekken van vertrouwelijke kerkenraadsstukken.
En dan een heel gevoelig punt: sommigen van deze appgroepdeelnemers hebben eerder deelgenomen aan het Heilig Avondmaal. Waarom werken de deputaten ex art. 39 DKO zo aan op hervatting van het Heilig Avondmaal terwijl deze zaken binnen de gemeente spelen en onopgelost zijn?
De Heere eist verzoening tussen broeders vóór het offer (Matt. 5:23-24). Dit raakt ons allen, hierbij gaat niemand vrijuit!
Met goede raad den dienaars des Woords behulpzaam zijn
Waar was de ambtelijke bijstand toen ds. Brugge op de eerste gemeenteavond openlijk werd gelasterd? Is het ‘met goede raad behulpzaam zijn’ wanneer een door God geroepen en wettig verbonden predikant van zijn eigen kansel wordt geweerd?
Toezicht nemen op de lering en den wandel van de dienaars des Woords
Hoe kan er daadwerkelijk sprake zijn van toezicht op leer en wandel als ouderlingen (structureel) afwezig zijn bij de erediensten – zowel op zondag als bij de weekdiensten? Verzaken zij dan ook niet de belofte om zich in alle godzaligheid te gedragen?
Met raad en troost alle Christenen dienen
Het is moeilijk voor te stellen dat de (oud-)ouderlingen en de deputaten ex art. 39 DKO de gemeenteleden werkelijk hebben gediend met raad en troost. Deze beleving is deels subjectief – sommigen zullen het anders ervaren.
De Bijbel geeft duidelijke maatstaven: goede raad en troost moeten niet oppervlakkig zijn, maar geworteld in de Heere Jezus Christus, Die als Overwinnaar regeert.
Het aftreden van de kerkenraad
De gehele kerkenraad trad af, met uitzondering van de predikant. Kort daarna namen veel oud-ambtsdragers taken weer op in een ondersteuningscommissie.
Enerzijds kan hun kennis van de gemeente nuttig zijn. Anderzijds wekt dit bij velen diepe pijn, onbegrip en wantrouwen op.
Hoe valt de plotselinge ommekeer van sommigen te verklaren? Hoe valt het neerleggen van het ambt en direct weer taken oppakken met elkaar te rijmen?
Wordt deze medewerking mogelijk beloond met een plek in de nieuw te vormen kerkenraad?
Als dit zo zou zijn, gaat dat regelrecht tegen Gods Woord in: “Ook zult gij geen geschenk nemen; want het geschenk verblindt de zienden, en het verkeert de zaak der rechtvaardigen” (Ex. 23:8). In hoeverre voeren zij ambts-gebonden taken uit? Mogen zij zonder ambt (ambtelijk) pastorale taken uitvoeren? De grens tussen deze twee is erg dun, en zou zelfs onbewust overtreden kunnen worden.
Het is extra pijnlijk dat juist deze oud-ambtsdragers nu pastorale taken doen, terwijl het wantrouwen en de pijn in de gemeente zo diep zit dat velen hen niet durven of willen benaderen en met hun nood blijven zitten. Is dit houdbaar? Zou het opbouwen van een onafhankelijk, betrouwbaar pastoraat – juist nu de pastorale nood hoog is – niet veel meer prioriteit moeten krijgen?
En hoe zit dat met oud-ambtsdragers buiten deze commissie? Moeten zij voor bijstand aankloppen bij hen met wie zij eerder zo verdeeld waren dat zelfs het Heilig Avondmaal werd uitgesteld? Dit geldt misschien niet iedereen, maar het is goed oog te hebben voor de pastorale nood die in deze gezinnen kan bestaan.
Slotgedachte
Het bevestigingsformulier legt een heilige en zware verantwoordelijkheid op de schouders van de ouderlingen: waken over de zuivere leer, de tucht handhaven, de predikant met goede raad ondersteunen, en de kerk regeren zoals God dat vraagt.
Wanneer deze taken in de praktijk niet of nauwelijks vervuld lijken te worden, ontstaat de pijnlijke indruk dat de afgelegde eed meer woorden zijn gebleven dan daden.
Laten we daarom eerlijk en open durven kijken naar wat er in onze gemeente gebeurd is – zonder de schuld eenzijdig bij één persoon te leggen, maar wel met de ernst die Gods Woord en Zijn kerk verdienen.
Bidt u mee voor onze voormalige kerkenraadsleden, dat zij terugkeren tot de beloften die zij voor Gods aangezicht hebben afgelegd?
Bidt u mee voor ds. Brugge, voor de gemeente en voor allen die hierin betrokken zijn, dat de grote Herder der schapen Zelf Zijn kudde mag leiden in gerechtigheid, vrede en herstel – niet door menselijke oplossingen, maar door Zijn genade?
D.V. de volgende keer zal het gaan over de rol van het CvV / de deputaten ex art. 39 DKO.