Een terugblik vanaf voorjaar 2025
Vanaf het voorjaar van 2025 heeft het College van Visitatoren (CvV), en later de deputaten ex art. 39 DKO, een centrale rol gespeeld in de ontwikkelingen binnen onze gemeente.
De classis gaf het CvV het mandaat om de kerkenraad in deze lastige periode met advies bij te staan. Dat is kerkordelijk mogelijk: naast de reguliere visitatie bestaat de mogelijkheid van buitengewone bijstand of visitatie, zoals voorzien in de artikelen rond kerkvisitatie in de Dordtse Kerkorde. De kern blijft broederlijk en adviserend – dat benadrukt de uitleg bij de DKO expliciet.
Toch rijzen er vragen over de uitvoering:
- Paste het handelen van het CvV binnen dit adviserende mandaat? De DKO onderstreept dat visitatie géén machtsuitoefening is. Hoe valt het dan te rijmen dat er direct concrete maatregelen werden afgekondigd? Had men daartoe werkelijk bevoegdheid, of is hier de grens van de DKO overschreden?
- Het CvV bood gemeenteleden de gelegenheid om gehoord te worden. Heeft dat bijgedragen aan een genuanceerd beeld, of juist aan het beeld van ‘grote problemen’? In een grote gemeente leven altijd wel onvrede en bezwaren – dat is niet abnormaal. Juist door het tijdstip van dit aanbod kon het echter snel escaleren. Speelde mee dat er op dat moment weinig tegengeluiden kwamen, simpelweg omdat het proces nog pril was? Heeft het CvV zich hierdoor laten (mis)leiden?
- Volgens de DKO mogen gemeenteleden pas toegang krijgen tot het CvV als zij hun bezwaren herhaaldelijk bij de kerkenraad hebben neergelegd zonder gehoor te vinden. Was dat hier het geval? Veel gemeenteleden hadden nog geen inzicht in wat er intern speelde. Hoe konden zij dan al meermaals met bezwaren bij de kerkenraad zijn geweest? Was het recht om gehoord te worden door het CvV hier wel kerkordelijk gerechtvaardigd?
Na maanden gaven het CvV / de deputaten ex artikel 39 DKO aan geen openheid te zullen geven over hun bevindingen en handelen. Waarom zoveel verhulling? De Bijbel aarzelt niet om zonden en misstappen te benoemen, met oproep tot bekering en waarschuwing (Spreuken 28:13 “Die overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar die ze bekent en laat, zal barmhartigheid verkrijgen”). Waarom kiest men hier een andere weg dan die de Bijbel wijst?
De woorden en daden van het CvV / de deputaten ex artikel 39 DKO lijken niet altijd in lijn. Er wordt gesproken over zorg en eenheid, maar het handelen wekt vaak een ander beeld. Voelt dat niet als mensen aan het lijntje houden? Is het doel dat vermoeidheid toeslaat, zodat men het uiteindelijk opgeeft en het door hen gewenste resultaat vanzelf volgt?
De deputaten stelden een ondersteuningscommissie in met oud-ambtsdragers. Op zich niet verboden, maar getuigt dit van pastorale tact in deze gespannen situatie? En mogen pastorale zorgen, vertrouwelijke gemeentezaken en gevoelige informatie zomaar gedeeld worden met personen die niet langer bevestigd zijn als ambtsdragers? Past dit bij de DKO en bij privacyregels? Welk signaal geeft dit aan de gemeente?
Opvallend wrang is het dat dezelfde deputaten aangeven beschikbaar te zijn voor pastoraat aan het gezin Brugge – terwijl zij tegelijkertijd de toegang tot ambtelijke bediening voor ds. Brugge blokkeren.
Sinds de inmenging is een interne kwestie uitgegroeid tot openlijke polarisatie. We hebben een eigen, wettig bevestigd predikant, maar hem is de kansel ontzegd. Gastpredikanten en leesdiensten vervangen zijn prediking, terwijl de levende verkondiging die aan de gemeente geschonken is, elders plaatsvindt. Sacramenten worden nog maar ten dele bediend, ambtelijk werk van ds. Brugge wordt hem (zelfs bij sterfgevallen en huwelijk) geweigerd. Is dit een normale, kerkordelijke gang van zaken? Wat begon in de kerkenraad, escaleerde onder leiding van CvV / de deputaten ex artikel 39 DKO tot diepe verdeeldheid.
Recent gaven de deputaten zelf toe dat zij het eigenlijk ook niet meer weten. Is het een normale, ordelijke gang van zaken om een gemeente eerst volledig te ontwrichten en daarna toe te geven dat men eigenlijk ook geen oplossing (meer) ziet? Schept dat vertrouwen in een heilzame afloop?
Over de afloop: zijn de deputaten op de hoogte dat de voormalige pastorale medewerker zich weer presenteert als zodanig bij meerdere gemeenteleden, terwijl hij die functie en zijn ambt allang heeft neergelegd? Zou hij mogelijk graag willen toetreden tot de nieuwe kerkenraad? Mist hij misschien de bezoldiging voor zijn taken, terwijl geen enkele andere ambtsdrager bezoldigd wordt? (Zie financiële stukken die per e-mail ontvangen zijn.) Wordt dit door de deputaten gedoogd of goedgekeurd? Draagt dit bij aan vertrouwen en opbouw van onze gemeente?
Wist u dat dezelfde persoon al vóór de classisvergadering (vrijdag) de uitkomst van zijn appèl als WhatsApp-status had staan (woensdag)? Hoe is dat mogelijk? Alleen zonder vergadering over de zaak én met een lek. Volgens de DKO mag communicatie rond appèlzaken niet openbaar worden gemaakt door geen van beide partijen. Roept dat geen vragen op over onpartijdigheid van de deputaten?
Slotgedachte
We kijken terug op bewogen, zware maanden. Was deze inmenging nodig, of heeft zij de situatie juist verergerd? Bleef men binnen het gekregen mandaat? Heeft de inzet van CvV / de deputaten ex artikel 39 DKO de gemeente werkelijk gediend? Staat de gemeente er nu beter voor, nu ds. Brugge na de classisvergadering van vrijdag 6 maart 2026 hoogstwaarschijnlijk zal vertrekken? Kan zegen rusten op zo’n handelwijze onder christenen?
Een nieuw proces om een kerkenraad te vormen lijkt zonder vertrouwen nauwelijks mogelijk. Laten we blijven bidden voor de deputaten ex art. 39 DKO en allen die betrokken zijn. Alleen waarheid, openheid en recht kunnen onder Gods zegen een gemeente weer opbouwen.
D.V. volgende keer aandacht voor de rol van de classis.